Eenmaal lopend op de luchthaven van Calgary legde ik mijn oog op een behoorlijk
nat stuk vliegveld. Het zag er naar uit dat het nog maar net droog was na een
regenachtige dag. Arjan en Isabelle gingen de huurbusjes halen, wij zouden
wachten. En wachten. En wachten. Ik bedoel, ik wist dat dit een groot land
was, maar meestal zijn autoverhuurbedrijven gevestigd in de buurt van
vliegvelden, toch? Het bleek dat onze begeleiders elkaar misgereden waren en
weer pogingen deden elkaar weer op te zoeken. Ik viel ondertussen in slaap
naast een fontein in de terminal.
Lake Morraine, het meer dat op biljetten van
20 Canadeese dollar staat.
We overnachtten op de campus van de universiteit van Calgary en ´s ochtends
hadden we ontbijt met echte Amerikaanse flapjacks. Ik besloot maar niet voor het
volle Amerikaanse portie te gaan, maar die dingen zijn nog behoorlijk luchtig.
Je kunt ze wel de maple syrup op laten zuigen als een spons als je dat graag
hebt. Na het ontbijt was het tijd voor een excursie naar de mall. Daar viel
mijn oog op de lokale krant. De kop? "STATE OF EMERGENCY" De regenbui
die voor onze landing gevallen was bleek te veel te zijn voor dammen in de buurt
en 2000 mensen waren geëvacueerd.
Met de boodschappen in de auto gingen we richting de camping in Lake Louise.
Al rijdend werd duidelijk dat de omgeving rond Calgary redelijk vlak was, maar
de bergen kwamen steeds dichterbij. Onderweg kwamen we in Banff, waar ik mijn
bibliotheek uitbreidde met zakboekjes over wilde planten en dierensporen.
In Lake Louise was er nog even tijd voor een korte wandeling bij Lake Morraine,
een van de mooiste meren van Canada. Nadat dit meer in alle standen op de foto
stond, konden we de wandeling echt starten. Er werd echter meteen gewaarschuwd
dat er beren in de buurt zouden kunnen zijn. We moesten even besluiten of we
ze met 18 mensen aan zouden kunnen en waagden de gok. Geen beer te zien
natuurlijk.
Kano's op Lake Morraine